Boek Nederlands

Ons verlangen : gedichten

Paul Bogaert (auteur)

Ons verlangen : gedichten

Paul Bogaert (auteur)
Is dat wel iets Hij smijt haar op het bed, dat moet, die coltrui moet uit, de rest ook, een scheur is niet erg, hij moet snel met zijn huid op haar huid gaan liggen; zij is onderkoeld. Of dat wel iets voor mij is? Natuurlijk. Als het lukt met die poriën, dan is zij gered! Ik ben oud genoeg; ik weet tot welke combinaties deze context leidt. Ze zweet en ze hoest en ze moet hem nu voelen. De kajuit
Titel
Ons verlangen : gedichten
Auteur
Paul Bogaert
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Antwerpen: De Bezige Bij Antwerpen, 2013
44 p.
ISBN
9789085425168 (paperback)

Beschikbaarheid en plaats in de bib

Besprekingen

Paul Bogaert lijkt zijn nieuwe bundel ongewoon vrolijk in te zetten op een prijsfeestje rondom zijn ‘succesvolle’ (aldus de achterflap) vorige bundel. Dat hij zichzelf eraan herinnert de schaar in het dankwoord te zetten, wijst op opluchting niet gewonnen te hebben: de speech blijft in de binnenzak. De afrekening met de receptiesfeer blijft echter niet uit. Als eertijds lid van een jury die De slalom soft niét bekroonde, voelde ik me alsnog aangesproken als één van de ‘allrounders en handjeklapspecialisten’ in de zaal. Het typische, ongemakkelijke Bogaertgevoel was mijn deel. Deze individualistische emotie terzijde, schrijft het entreegedicht het prijzencircus niet alleen af als ijdele modeshow, maar ook, en dat is nieuw, als eenzaamheidsbestrijding en een kans om ‘iemand [te] leren kennen’. Is deze dichter milder aan het worden?
Hoe ik Bogaert kende was: intelligent fileur van het menselijk bedrijf, niet het spektakel maar onze omgang daarmee, niet de confrontaties maar d…Lees verder
Paul Bogaerts vijfde dichtbundel heet over het dagelijkse leven te gaan, zou eerst 'Man & vrouw' getiteld zijn, maar hij vond 'Ons verlangen' 'een betere vlag voor de lading: een duidelijk overzicht van wat we zeker weten over wat ons allemaal drijft'. Duidelijk en zeker zijn nu net niet de bewoordingen waar deze poëzie aanspraak op maakt: veel erin is duister, onsamenhangend en onzeker, de bundel bestaat zelfs uit 34 ‘Onzekerheden’, met ondoorzichtige bedoelingen in zes afdelingen onderverdeeld. Zo nu en dan treft Bogaerts wel degelijk een doel, bij voorbeeld in 31: 'Baarlijke nonsens? // Wacht maar tot jij in de boze droom moet wonen, / waarin de klok ontploft. // Wacht maar tot jij je eigen termijn bij elkaar zit te schrapen, / terwijl anderen opgezwollen / futiliteiten betreuren. / Wacht maar tot jij naar de bijtende middelen grijpt, / blinde paniek een plaats moet geven.' Ook 42 dreigt in dezelfde geest. Dit is of wil zijn lucide, en ook illusieloze, poëzie, met enige humor gebra…Lees verder